Moestuinplan met wisselteelt

Moestuinplan met wisselteelt

Moestuinplan met wisselteelt.

 

Buiten is het koud, niet het ideale weer om lekker in de moestuin te zijn. Ikzelf wordt altijd een beetje onrustig als ik niet echt naar buiten kan. Ik ben een echte mooi-weer moestuinier. Om mijn onrust een beetje te bedwingen gebruik ik deze wintermaanden om een goed moestuinplan te maken voor het nieuwe seizoen. Welke groenten ga ik  zaaien en wanneer moet ik daar aan beginnen? Op welke plek komen ze te staan? Wanneer en hoeveel moet ik bemesten? Welke groenten zet ik naast elkaar? Wat komt er weer op de lege plekken te staan?

 

Je kan namelijk niet alles zomaar in je moestuin kwakken. Je dient rekening te houden met wisselteelt.

Wisselwah?

Bij wisselteelt rouleren je gewassen, hou je rekening met de behoefte van dit specifieke gewas op het gebied van zon, voedingsstoffen en bemesting, kijk je naar goede buren/slechte buren en voorkom je voor een groot deel plagen en ziektes in je moestuin. Ook kan je op deze manier “succesbeplanting” toepassen zodat je meer opbrengst gaat halen uit jouw m2.

 

Waarom wisselteelt toepassen?

Ziektes en plagen

Wie jaarlijks een moestuinplan maakt, houdt ook rekening met teelt-, of wisselrotatie. Dit is niets meer en niets minder, dan elk jaar je gewassen op een andere plek neer te zetten. We doen dit omdat we hiermee een heleboel narigheid voorkomen in onze moestuin op het gebied van ziektes en plagen maar ook kan je de productiviteit van je gewassen hiermee verhogen.

Vergelijk het maar met de “schijf van vijf”. Een gezond en gevarieerd dagmenu is heel belangrijk voor je eigen welzijn.  Elke dag hetzelfde eten of alleen maar fastfood zorgt op den duur dat we belangrijke voedingsstoffen gaan missen.

Ditzelfde geldt precies hetzelfde voor de moestuin. Elk gewas vraagt om zijn specifieke voedingsstoffen en als je dit gewas elk jaar op dezelfde plek zou zetten dan raakt de bodem op een gegeven moment een soort van uitgeput en veel vatbaarder voor bodemziektes. En als wij moe zijn of niet lekker in ons vel zitten dan zijn we ook vatbaarder voor een verkoudheid. Bij onze plantjes werkt het niet anders.

Mestbehoefte

Ook heeft elk gewas zijn eigen mestbehoefte. Kolen zijn gek op goed bemeste grond, terwijl bonen het weer veel beter doen op niet bemeste grond. Zo kan je wortelgewassen het beste zaaien op een plaats die vorig jaar bemest is. Ze moeten dan diep in de grond op zoek naar voedingsstoffen waardoor je lange, rechte wortels krijgt. Zou de grond toch hetzelfde jaar bemest zijn dan groeit de wortel alle kanten op of je krijgt wortels met 4 benen of een futoristisch exemplaar .

Waarschijnlijk begint het je nu al te duizelen als beginnende moestuinier. Maar als je de groepen onder de knie hebt dan wordt het echt al veel gemakkelijker.

Een overzicht van de groepen

  • Groep 1, de vruchtgewassen: onder andere tomaten, pepers, paprika’s, komkommers, aubergines, courgettes, pompoenen en zelfs augurken behoren tot deze groep. Ze behoren tot de nachtschadefamilie of de komkommerfamilie ->veel mest nodig.
  • Groep 2, de wortel-, bol- en knolgewassen: zowat alle gewassen die dus een wortel, bol of knol hebben worden tot deze groep gerekend. Dat betekent dat je op dat bed uitsluitend wortelen, pastinaken, bieten, uien, knoflook, sjalotten, venkel en zelfs witlof en schorseneren plant -> geen mest nodig.
  • Groep 3, de bladgewassen: alle groenten en kruiden die blaadjes produceren en niet lang op het groentebed blijven staan worden meestal tot deze groep gerekend. Onder andere alle soorten sla, spinazie, veldsla, snijbiet, prei, andijvie, peterselie, selderij en zelfs postelein, kervel, zuring, kervel, koriander en dille horen daarbij ->weinig mest nodig.
  • Groep 4, aardappelen : omdat aardappelen veel plaats in beslag nemen kun je ze het best een apart groentebed geven. Aardappelen zijn familie van de nachtschadigen en om die reden vijanden van de tomaat. Plant ze nooit bij elkaar in de buurt omwille van de aardappel- of tomatenplaag “phytophthora”, een schimmel die je planten in korte tijd kan verwoesten ->veel mest nodig.
  • Groep 5, de peulgewassen: alle soorten peultjes zoals erwten en bonen of tuinbonen horen in deze groep thuis. De groep is vrij beperkt maar omdat je eerst de erwten oogst en dan pas aan de slag gaat met bonen – geen tuinbonen, die kunnen wel tegen de koude – is het hele bed vrijwel het hele jaar bezet. Na de bonenteelt kun je, omwille van hun capaciteit om stikstof uit de lucht te halen en die om te zetten tot bruikbare groeizame stoffen voor de bodem, onder andere nog koolgewassen planten, die meer bemesting nodig hebben dan pakweg wortel-, bol- en knolgewassen ->geen mest nodig.
  • Groep 6, de koolgewassen: alle kolen zoals spruitkool, savooiekool, rode-, witte- en spitskool, boerenkool, broccoli, bloemkool en zelfs Toscaanse palmkool horen hierbij. Ook radijzen, rapen, koolrabi, rucola, rammenas en Chinese kool zijn koolgewassen ->veel mest nodig

Er moeten ook vakken gereserveerd worden voor groente en fruit die niet onder deze categorieën vallen. Aardbeien, aardperen, frambozen, asperges, kruiden en rabarber etc. gaan niet mee in bovenstaande teeltwisseling. Voor hen gelden andere regels. Dergelijke groenten blijven een aantal jaar op dezelfde plek groeien, hebben langere tijd nodig om oogstklaar te zijn of worden zo ontzettend groot. Hier moet je dus even op studeren.

Combinatieteelt 

Er zijn namelijk verschillende manieren waarop planten elkaar kunnen beïnvloeden. Sommige planten stoten door middel van geur insecten af voor hun buren of geven verkeerde stoffen door via de wortels. Door de geur die de planten afgeven kunnen ze elkaar versterken of juist verzwakken. Denk maar aan de afrikaantjes (Tagetes patula) die wortel aaltjes voor hun buren afstoten. Een ander voorbeeld van een goede combinatie is bijvoorbeeld wortel en ui. Want, de geur van ui verjaagt de wortelvlieg. Er zijn ook planten die juist minder goed voor elkaar zijn. Je kunt bijvoorbeeld beter geen wortel en tomaat naast elkaar zetten. Tomaat remt namelijk wortelgroei, wat het geen geschikte buur maakt. Zo zie je maar, ook in de tuin heb je “goede en slechte buren”. Als je even googelt op “goede buren/slechte buren” dan vind je hiervan veel makkelijke overzichten.

 

 

combinatieteelt

Groenten die elkaar positief beïnvloeden:

  • Uien en wortels
  • Aardbeien en knoflook
  • Tomaten en basilicum
  • Komkommer en dille
  • Meloen en Oost-Indische kers of knoflook

Groenten die elkaar negatief beïnvloeden:

  • Aardappels en tomaten
  • Bloemkool en spinazie
  • Peulvruchten ( bonen/erwten/peulen) en de uienfamilie ( ui/bieslook/knoflook)
  • Komkommer en aardappel
  • Peulvruchten en nachtschade familie ( aardappel/paprika/ tomaten/aubergine)

Nu werkt het bij mij zo dat ik geen plekje onbenut laat in mijn moestuin. Ik wil dus nog wel eens een buiten deze regels werken. Pakt dit altijd goed uit? Zeker niet maar voor mij geldt dat wanneer je helemaal niets plant dat je sowieso niets hebt. Ik durf dus nog wel eens een gokje te waren en soms pakt dit verrassend goed uit. Wees dus niet te bang om dingen uit te proberen. Het ergste wat je kan gebeuren is dat je geen oogst hebt na je inspanning, no big deal, toch?

Heel veel succes met jouw moestuinplan voor het seizoen 2022, deel hem gerust in de faceebookgroep “Moestuinieren bij Vicky”. Wellicht inspireer je er anderen mee of wordt je zelf geinspireerd.

Lieve groet,

 

Vicky 

 

Kruiden verzorgen en oogsten

Kruiden verzorgen en oogsten

Kruidenplantjes, we zijn er gek op! Je kunt ze kopen en op het aanrecht laten staan, planten in de kruidentuin of in een grote pot op je terras. Net zoals bij elke plant hebben ze wel wat aandacht nodig want kruidenplantjes zijn kwetsbaar met name de eenjarige. In dit artikel leg ik jullie uit hoe je je kruidenplantjes het beste kan verzorgen. En nog leuker, hoe je ze het beste kan oogsten.
kruiden

Kruiden verzorgen

Laat ik eerst beginnen met een aanmoediging. Je bent namelijk niet de eerste die een “vers” gekocht kruidenplantje om zeep heeft geholpen binnen een paar dagen. Het ligt namelijk niet aan jou maar aan de manier waarop ze gekweekt zijn. De supermarktkruiden worden gekweekt om net het transport te halen naar de supermarkt. Ze worden blootgesteld aan een flinke dosis mest en licht om de groei van blad te bevorderen. De groei gaat zo snel dat ze eigenlijk geen goed wortelgestel kunnen ontwikkelen. En vaak zie je dat de kruidenplantjes enorm overzaaid zijn in de pot om het eruit te laten zien als een flinke gezonde kruidenplant. Maar eigenlijk zijn het minimaal 20 armetierige sprietjes opeengepakt in een potje. Gedoemd om te mislukken.

Wil je dus gezonde kruidenplantjes dan haal ze bij een goede kweker of tuincentrum. Deze kruidenplanten hebben de ruimte gekregen om te groeien en de eerste aandacht is gegaan naar de ontwikkeling van een goed wortelgestel. Deze kruidenplantjes kunnen dus veel meer hebben dan hun supermarktbroertjes of zusjes. Neem niet weg dat ze ook een flinke dosis TLC (Tender, Love and Care) nodig hebben.

Hier een aantal tips op een rijtje

 

 

Tip 1:

Voordat je begint met een eigen kruidentuin, maak een lijstje met kruiden die je vaak koopt in de supermarkt. Kies de kruiden die je het lekkerst vindt en bedenk vooraf al welke maaltijden of dranken (rozemarijn is bijvoorbeeld heerlijk in een verfrissende Gin en Tonic. Maar goed, je hebt het niet van mij gehoord) je ermee wilt maken. De verleiding is om alles in je kruidentuin te zetten. Weet dat ook kruiden verzorging nodig hebben en ook zeker regelmatig geoogst moeten worden. Maak dus een selectie en focus je daarop. 

Tip 2:

Hou het weer in de gaten wanneer je jouw kruiden buiten gaat zetten. Veel kruiden zijn vorstgevoelig en gaan echt dood bij een nachtvorstje. Kruiden hebben ruimte nodig voor een goede ontwikkeling. Zet ze dus niet te dicht op elkaar. Let ook op de plaats waar je je kruiden neerzet. Sommige kruiden die willen vol in de zon maar andere kruiden staan liever in een schaduwrijk plekje. Het ene kruid houdt van natte voetjes en de ander gruwelt ervan. Lees je dus vooraf even in wat de specifieke wensen zijn per soort.

Tip 3:

Niet alle kruiden hebben dezelfde verzorging nodig, daarom combineer je kruiden met dezelfde verzorging het beste in dezelfde plantenbak of kruidenbed. Mediterrane kruiden zoals rozemarijn, tijm, lavendel, oregano en salie genieten van de volle zon en niet te veel water. Basilicum, bieslook en peterselie drinken daarentegen liever wat meer. 

Tip 4:

Kruiden gebruik je over het algemeen tijdens het koken. Zet je potten of plaats je kruidentuintje dus zo dicht mogelijk bij je huis zodat je ze makkelijk kan oogsten wanneer je ze nodig hebt.

Tip 5:

Kruiden worden niet alleen gebruikt als smaakmakers maar de meeste kruiden hebben ook medicinale krachten. Denk bijvoorbeeld aan gember, kurkuma, knoflook, salie, rozemarijn, basilicum, dille en kruidnagel. Pas dus op dat je niet te veel van 1 soort kruid consumeert waarvan je de werking niet kent. Hierbij een mooi artikel over de geneeskrachtige werking van de verschillende kruiden: de 15 meest geneeskrachtige kruiden.

verse kruiden

Het oogsten:

Wat men over zachte kruiden moet onthouden is dat hoe minder het wordt gekookt, hoe beter. Voeg zachte kruiden altijd pas op het einde aan een gerecht toe vlak voor het geserveerd wordt, anders is de smaak al vervlogen voordat het gerecht op tafel staat. Bij een koud gerecht heb je minder zachte kruiden nodig dan bij een warm gerecht, omdat een deel van de smaak al snel vervliegt bij warmte. Zorg ervoor dat je zachte kruiden pas op het laatste moment oogst of zet ze direct in een glas water. Dit voorkomt dat ze slap gaan hangen.

Bij harde kruiden laten de etherische oliën bij warmte langzaam los, waardoor het belangrijk is om bijvoorbeeld tijm en rozemarijn vroeg aan een gerecht toe toe te voegen. Omdat de smaak van harde kruid pas echt goed vrijkomt bij warmte heb je voor een koud gerecht een grotere hoeveelheid nodig. Snij harde kruiden in kleine stukjes, zodat de smaak beter vrijkomt.

 

  • Basilicum: knip je niet helemaal tot boven de grond af. Je knipt tot aan het laatste stel blaadjes. Daar zal de plant opnieuw scheuten vormen en in leven blijven.
  • Salie: mag je vrij diep plukken. De plant zal onderaan nieuwe scheuten vormen.
  • Bieslook: knip je tot 2 centimeter boven de grond af. De plant zal net onder de grond nieuwe scheuten vormen.
  • Rozemarijn: knip je nooit helemaal kort. Je haalt beter af en toe een takje weg, om de struik in een mooie vorm te houden. Knip weg tot ongeveer 5 centimeter van de grond, dat stimuleert nieuwe groei.
  • Munt: knip je tot net boven de grond af. De plant vormt wortelscheuten die altijd opnieuw uit de grond ontstaan.
  • Tijm: knip je niet helemaal kaal. Haal hier en daar wat scheuten weg, zo vormt de plant snel nieuwe scheuten.

Hieronder een geweldige video van Angelo Dorny, die perfect uitlegt hoe je je kruiden kan oogsten:

 

Het “dieven” van tomaten

Het “dieven” van tomaten

Het dieven van tomatenplanten is belangrijk. Bij dieven bedoelen we het weghalen van de zijscheuten van de tomatenplant. Tomatenplanten die niet opgebonden of gediefd worden, worden hele grote planten met veel blad en weinig of kleine tomaten. Dat willen we niet, we willen juiste een goede oogst van tomaten.
Een uitzondering zijn struiktomatenrassen, deze hoeven nooit gediefd te worden. Hooguit wat blad verwijderen voor wat extra lucht en licht.

Als je jouw tomatenplant goed bekijkt vanaf het punt waar de tomatenplant uit de grond komt dan zie je de hoofdstam van de plant. Als je verder omhoog kijkt dan kom je uiteindelijk bij de eerste bladeren aan. Bij ieder blad wat een tomatenplant maakt, zie je in de “oksel” (de ruimte tussen de hoofdplant en het blad) dat de plant een zijscheut aanmaakt. Dit is de dief.

dieven

Als je de dief zou laten zitten dan gaat deze zijscheut ook weet tomaten produceren.

Ik hoor je al zeggen: “Tof, hoe meer tomaten hoe beter”. Maar in de praktijk werkt dit niet zo. De tomatenplant moet teveel energie gaan stoppen om op alle zijscheuten blad en tomaten te laten groeien. Dit kost teveel energie waardoor je uiteindelijk een veel lagere opbrengst over houdt en een hele zwakke plant.

Dit gaan we dus voorkomen door de tomatenplant op tijd van zijn dieven te ontdoen:

 

 

dieven1

Stap 1:

Je volgt de hoofdstam en gaat op zoek naar het eerste blad. Tussen de hoofdstam en het blad (de okstel) vind je waarschijnlijk snel “de dief”. 

Stap 2:

Pak de dief tussen je duim en wijsviger zo dicht mogelijk in de oksel (ondersteun met je andere hand de hoofdstam). En knak de dief af door deze naar voren en naar beneden te bewegen. Mocht je dit spannend vinden dan kan je ook een klein schaartje of snoeisnaar voor gebruiken.

Op deze manier ga je de hele hoofdstam af en verwijder je elke dief die je ziet in elke oksel van de tomatenplant.

Het leuke is dat je de dieven in een glas water kan zetten. Er zullen dan weer worteltjes aan komen. Als je deze na een week of 2 weer in een potje met potgrond zet dan groeit er uiteindelijk weer een nieuw tomatenplantje uit. Zo kan je heel eenvoudig je tomatenplant vermeerderen voor vrienden, kennissen of familie. Het is ook altijd fijn om wat plantjes achter de hand te hebben als iets met één van tomatenplant gebeurd (door een ziekte, een plaag of een ongelukje).

Veel succes en stuur me gerust een bericht bij vragen.

 

Vicky